Als reisbureau die reizen in alle soorten en maten naar Afrika organiseert, krijgen wij van klanten regelmatig de vraag voorgeschoteld. “Wij willen graag een weeshuisje bezoeken, kan dat geregeld worden?” Een maand geleden publiceerden wij een blog over het ‘White Savior Syndrome’: witte mensen uit het Westen die de illusie hebben Afrika te kunnen redden en daarmee vaak meer kwaad dan goed aanrichten. Dit ‘White Savior Syndrome’ resulteert vaak in ‘voluntourism’. Ofwel toeristen die als onderdeel van zelfontplooiing (verhuld in nobele bedoelingen), hun reis combineren met een paar weekjes vrijwilligerswerk. Omdat er veel “zielige kindjes” zijn in Afrika, en dus veel vrijwilligers en donaties met weeshuizen gemoeid zijn, ontstaat er een geheel nieuwe tak in de reiswereld: weeshuistoerisme.

1. De akelige statistieken van het weeshuistoerisme

weeshuistoerisme

Laten we aftrappen met wat handige cijfers die de context van weeshuistoerisme enigszins kunnen schetsen. Hoeveel weeshuizen er precies bestaan in Oost-Afrika weet niemand, omdat er veel niet geregistreerd worden. Wat we wel weten, is dat er in 1992 in Oeganda alleen al 2900 kinderen in weeshuizen bivakkeerden. Wat we ook weten, is dat dit er 50.000 waren in 2015. Na deze piek heeft de Oegandese overheid een lijst gepubliceerd van bijna 600 weeshuizen die ze proberen te sluiten. Dit lijkt een harde en genadeloze beslissing als je bedenkt hoeveel kinderen dan plotseling geen dak meer boven hun hoofd hebben. Wat je je beter kunt afvragen: hadden deze kinderen in de eerste instantie wel in deze weeshuizen moeten zitten?

Of, een nog betere vraag: zijn deze kinderen eigenlijk überhaupt wezen? Uit onderzoek van Unicef blijkt dat 80% van de kinderen in weeshuizen één of beiden ouders nog heeft. En van al deze mini-mensjes komt minstens de helft uit een omgeving die goed genoeg was om in op te groeien. Begin je het al te ruiken? Dat onaangename luchtje dat aan dit oh-zo-goedheilige kinderopvangsysteem zit?

2. Waarom er niet zoveel weeshuizen zouden moeten zijn

Dat er zoveel kinderen in weeshuizen zitten die in werkelijkheid helemaal geen wees zijn, is raar en best een beetje verdacht. Maar wat nou als ik je vertel dat het eigenlijk überhaupt raar is dat er veel kinderen, wees of niet wees, in tehuizen zitten in Oost-Afrika? Dat komt door het volgende: in Oost-Afrika groei je op met hechte familie- en gemeenschapsbanden. Neefjes en nichtjes worden vaak broers of zussen genoemd, en ooms en tantes zijn al gauw moeder- en vaderfiguren. Hoe je nou eigenlijk exact gerelateerd bent aan wie, lijkt niet echt veel uit te maken. Kinderen groeien namelijk op als verantwoordelijkheid van de familie of gemeenschap. Dat ouders sterven aan bijvoorbeeld AIDS en kinderen als wees achterblijven, gebeurt vrij regelmatig. Maar gelukkig heb je als kind dan nog een behoorlijke handvol vriendelijke tantes, ooms of buurvrouwen die je met alle liefde zullen verzorgen en opvoeden. Uit een onderzoek blijkt dat één weeshuis financieren tien keer zo duur is dan wanneer het kind door de familie of gemeenschap wordt opgevangen… Als je je nu fronsend op je hoofd krabt en denkt: ‘Waarom zijn er dan in vredesnaam zoveel weeshuizen?’, dan zit je op het goede spoor.

weeshuistoerisme

3. Hoe komen die kinderen dan in weeshuizen terecht?

Een weeshuis is dus een westerse uitvinding, een idee dat geworteld en opgebloeid is in een westerse cultuur en samenleving, en vervolgens naar Afrika – en andere delen van de wereld – getransporteerd werd. Maar hoezo zitten er dan toch zoveel kinderen in weeshuizen? Voordat ik het verlossende antwoord ga geven op die vraag, zal ik eerst vertellen hóe die kinderen dan eigenlijk vanuit hun dorp in een weeshuis belanden. Zonder er doekjes omheen te winden: dit gebeurt door kinderhandel. Kinderen worden op allerlei creatieve manieren geronseld om ze vervolgens in een weeshuis te parkeren, en zelfs om via internationale adoptie naar Amerika te sturen. Meestal worden kinderen overgekocht van ouders die het niet bijster breed hebben: ouders krijgen wat geld, en kinderen krijgen een goede opleiding. Win-win toch? Of…

Maar het gebeurt ook regelmatig dat pasgeboren baby’s uit wiegjes en couveuses in ziekenhuizen worden gestolen, of gewoon willekeurig van de straat worden geplukt en ontvoerd. Zo worden er veel kinderen bij elkaar gesprokkeld om weeshuizen mee te vullen. Kinderen kunnen zo in traumatische omstandigheden opgroeien, zonder ouders of familie. Maar waarom eigenlijk al deze ellende?

4. Weeshuistoerisme en white saviors

weeshuistoerisme

Het antwoord is simpel: door de heldhaftige, witte, goeie samaritaan die Afrika komt redden. Goed doen in ontwikkelingslanden is tegenwoordig razend populair. Door de grote vraag vanuit het Westen om vrijwilligerswerk te doen, te helpen of te doneren, en de dikke spaarpot die mensen bereid zijn hiervoor leeg te kieperen, ontstaat er een gloednieuw gat in de markt. Weeshuistoerisme. Als je voor de grap eens het internet afspeurt naar leuke vrijwilligerswerk-reizen (ja, het is een ding) naar Afrika, zul je zien dat je al gauw 3000 euro voor een paar weken kwijt bent. Dit wordt gedreven door het ‘White Savior Complex’, waarin witte, westerse mensen graag de held willen spelen in het verhaal waarin Afrika gered wordt van zichzelf. Uiteraard is een intrinsieke motivatie van veel mensen om vanuit je bevoorrechte positie iets goeds te doen. Maar drijfveren als zelfontplooiing, CV-bullet points of likes op sociale media, worden vaak met opzet over het hoofd gezien. In dit artikel lees je meer over dit ‘White Savior Syndrome’.

En: hoe erbarmelijker de omstandigheden en hoe zieliger de kindjes, hoe meer er voor de White Savior te redden valt. En hoe meer rijke, witte mensen foto’s op Instagram posten van uitgemergelde peuters (dit heet dus poverty porn!), hoe meer de stereotype ideeën over Afrika in de hand worden gewerkt en hoe meer redlustige witte mensen geld, snoep en groepsknuffels komen uitdelen.

Zo wordt vrijwilligerswerk doen in weeshuizen een industrie waar veel geld in omgaat en waar veel kinderen en families de dupe van zijn. De vraag vanuit het rijke Westen creëert business opportunities, dus weeshuizen schieten als onkruid uit de grond. En tja, die moeten gevuld worden met kinders! En zo ontstaat het weeshuistoerisme.

Wil je een beter beeld krijgen bij Voluntourism en het White Savior Syndrome? Bekijk hier de satirische video’s ‘Who wants to be a volunteer‘ (de header van dit blog is een still uit deze Youtube video) en ‘How to get more likes on social media‘.

5. De problematiek van weeshuistoerisme in de ontwikkeling van de kinderen

De weeshuizen zijn er dus, en die kinderen wonen daar. Maar daarmee is de pet nog niet af. De meeste vrijwilligers blijven vaak een aantal weken, met enkele uitschieters naar een paar maanden. Er is een enorme doorstroom van – vaak jonge – westerlingen die hun vrijwilligerswerk graag combineren met een mooie reis naar Afrika. En natuurlijk hebben de kinderen een grote glimlach op hun gezicht wanneer je met ze komt spelen. Zij zijn blij om jou te zien en jij hebt het warme, vervullende gevoel in je hart dat door niets materialistisch vervangen kan worden: niks gaat boven kinderen met blije koppies!

Helaas wordt deze glimlach al gauw van de gezichtjes geveegd. Want wat gebeurt er nadat jij na een paar weken weer verder gaat met je leven? Onderzoek toont aan dat kinderen in weeshuizen vaak hechtingsproblemen oplopen. In de ontwikkeling van kinderen is een stevige ondergrond waar je op kunt bouwen – ouders, familie – noodzaak. Maar in plaats daarvan nemen kinderen in weeshuizen aan de lopende band afscheid. Hierdoor krijgen kinderen steeds minder vertrouwen in volwassenen en gaan ook veel moeilijker relaties aan met volwassenen. Nog een vervelende bijwerking: kinderen bouwen een laag zelfbeeld op en zijn daardoor makkelijk slachtoffer van mensen met slechte intenties.

 

View this post on Instagram

 

When I first walked through the gates of the orphanage, a flood of children ran to me – I stepped forward, my feet cascaded in the red dirt, my arms open wide. I have never felt more loved or needed as I did in that moment. This…this is where God wanted me. Each one of his children clamoring for attention, for just an ounce of love. I saw them with His eyes: pure and faultless. I held, loved on, kissed, and laughed with them. These few short hours felt like a lifetime. My cup is full and I am forever changed. These precious little ones, who laugh in the face of much trial, who choose joy despite their circumstances, inspire me – and should inspire us all. #stoporphantrips > blog link in profile #attachmentproblemsarentcute #butorphansareSOcute #notazoo #iwantone #wheredemorphansat #wheresMYorphanat #kingdomcome #strangerdanger #theycallmestacey #thatsnotmyname #waitwhatisyourname #iprobablycantpronounceit #staceyitis

A post shared by Barbie Savior (@barbiesavior) on

Probleem nummer twee: de toegang tot kwetsbare kinderen wordt genormaliseerd. Ongeschoolde, ongekwalificeerde vrijwilligers hebben meestal een groot gebrek aan kennis en ervaring en geen benul over hoe ze om moeten gaan met getraumatiseerde kinderen. Iets dat in Nederland nóóit zou worden toegestaan! Daarnaast ontstaat door de constante doorstroom van bezoekers en vrijwilligers een gebrek aan routine – iets wat best belangrijk is in de ontwikkeling van een kind – en kan er bovendien verwarring ontstaan over culturele identiteit.

Probleem nummer drie: kort en krachtig gezegd zijn veel weeshuizen achter de schermen een ware hel op aarde. Meer lezen over horrortaferelen die zich in kindertehuizen afspelen? Charlie’s Angel Charlotte was ooit zelf een voluntourist in een Oegandees weeshuis en was getuige van vele wanpraktijken. Wanpraktijken veroorzaakt door westerse geldwolven in schaapskleren – ofwel een flamboyant superheldenpak. Lees hier hoe Charlotte deze problematiek aan het licht brengt, en wees gewaarschuwd: de details are not pretty!

6. Wanneer kleine kinderen groot worden…

De problematiek van weeshuizen woedt niet alleen binnen de muren waartussen de kinderen opgroeien. Want wanneer de kinderen 18 en “volwassen” zijn, moet er plaats gemaakt worden voor nieuwe kids en worden ze vaak zonder pardon op straat geknikkerd met niet veel meer dan een pakketje kleren. Daar sta je dan: moederziel alleen, geen familie of achterban, een boel hechtingsproblemen en geen goede educatie of kennis over de wereld. Zo ken ik een meisje die een naaimachine werd meegegeven om rond te kunnen komen. Na een week stond ze weer bij het weeshuis op de stoep om een nieuwe naaimachine te vragen: ze had beltegoed willen kopen en had haar naaimachine voor enkele centen verkocht. Een mens overleeft niet lang op een zak met graan wanneer hij niet leert hoe hij graan moeten groeien. En dan vraag je je af: heeft dit meisje uiteindelijk iets gehad aan die lieve vrijwilliger die een paar weekjes met haar kwam knuffelen?

7. Wat is dan wel oké?

Er zijn veel instellingen die zich bekommeren om kinderen met problemen, en deze zijn zeker niet allemaal slecht. Er zijn bijvoorbeeld een boel dakloze straatkinderen, verloren in de grote stad en makkelijk te verleiden tot criminaliteit en drugsgebruik. Voor dit soort kinderen zijn er organisaties – vaak gerund door mensen die zelf ooit uit deze situatie geklommen zijn – die kinderen tijdelijk van onderdak en schoolgeld voorzien terwijl er gezocht wordt naar een lange termijn oplossing. En dit soort oplossingen worden eerder gezocht binnen eigen communities, dan in het Westen. Vraag jezelf dus eerst goed af: welke organisatie wil ik helpen, en hoe doe ik dat efficiënt en duurzaam? Is het echt nodig om er zelf langs te gaan en foto’s te maken? Hetzelfde geldt voor reizigers die voor of tijdens hun reis naar Afrika aan hun travel consultant vragen of ze een weeshuisje kunnen bezoeken. Stel jezelf de vraag: waarom wil ik bij dit weeshuis langs? Probeer bloedeerlijk antwoord te geven, en bedenk: kinderen zijn schattig, maar ook kwetsbaar.

Wel graag op reis naar Afrika, maar meer weten over hoe je je reis zinvol en duurzaam kunt invullen?  Start een chat met één van Charlie’s Angels en kijk wat er allemaal mogelijk is!

 

Share!