Rendez-vous met de berggorilla in Oeganda

Ken je dat liedje? “Over de bergen en door het woud…” Dat is precies waar Robin, onze freelance reportster, zich drie dagen in bevond. Ze vertelt ons hoe je op zoek gaat naar de mysterieuze, zeldzame berggorilla’s in een dichtbegroeide jungle. Een jungle die groeit op – de naam van de gorilla’s zegt het al – de bergen. Bereid je dus voor op een pittige tocht en vergeet vooral die fles water niet. Wat Robin je kan verzekeren: oog in oog staan met de berggorilla’s is een onbeschrijfelijk gevoel en elke zweetdruppel waard.

De berggorilla’s in Oeganda

In Oeganda zijn er twee gebieden waar je de berggorilla’s kan vinden: In Bwindi Impenetrable National Park en in Mgahinga National Park. De laatstgenoemde is maar 34 vierkante kilometer groot en is daarmee ook gelijk het kleinste Nationale park van Oeganda. In Mgahinga wonen ruim 80 berggorilla’s, maar de Nyakagezi-familie is de enige gorilla-familie die je kan bezoeken in het park. Het schijnt zo te zijn dat deze familie relatief makkelijk te vinden is omdat ze maar een beperkt bereik hebben waar ze gedurende dag eten. En dat klinkt heel fijn in mijn oren. Ik kies daarvoor.

Een interessante busreis

Op naar Mgahinga National Park! Beiden parken waar de gorilla’s wonen liggen in het uiterste zuidwestelijke puntje van Oeganda, zo’n 500 kilometer rijden over slingerende wegen (vaak met gaten) vanaf Kampala. Een pittige afstand die je in een comfi 4×4 kunt afleggen (vergeet niet naar buiten te kijken!), of zoals ik koos: lekker met het openbaar vervoer. Samen met een groep Oegandezen zit ik in de bus. Comfortabel? Mwa. Links naast me zit een ietwat grote Afrikaanse man die zijn rechterbil deels op mijn stoel heeft geparkeerd en rechts zit een meisje hardop te zingen met haar oordopjes in. Maar ik mag zeker niet klagen. We zijn in Oeganda en daar heb ik weleens ergere busritten gehad (een kip tussen mijn voeten die niet even kon wachten tot we gearriveerd waren om daar naar de wc te gaan bijvoorbeeld).

De reis gaat aardig goed. Hoewel we in een lekkere vaart veel kilometers aftikken op de snelweg wordt dit regelmatig onderbroken met een flink aantal stops. Verkopers langs de kant van de weg zien ons meestal al aan komen rijden en blokkeren vervolgens de straat. Ze bestormen de bus als een soort zwerm bijen. Geen uitweg meer. Rechts van me wordt er een stokje met, ik verdenk lever eraan gerijgd, half in mijn oor geduwd. “Is nice madam, try”,” zegt de verkoper met een ietwat grimmige lach. Mijn blik gaat van zijn gezicht naar het stokje. Het vet druipt langzaam op de grond, net naast mijn teen. “Next time,” zeg ik. Rechts naast me zie ik mijn buurman al smikkelen van twee stokjes. En ook via dat raam worden er weer 10 stokjes voor mijn neus geduwd. “No thanks,” zeg ik vriendelijk. Mijn buurman lost dit beter op. Hij geeft mij zijn flesje half lauwe cola en de twee stokjes en doet de raampjes dicht. “Now they won’t disturb us anymore.” Ah, handig!

De reis wordt vervolgd. Met ongeveer 6 tussenstops verder, waar ik overigens netjes de raampjes naast me dicht doe wanneer ik de hysterische verkopers alweer aan zie komen hollen, zijn we inmiddels in de buurt van het park. De snelweg heeft plaats gemaakt voor een zandweg met om ons heen alleen maar weelderige natuur. Wauw! Niets meer dan gigantische bomen, lianen, bergen en wat mist hier en daar. Het is net een scène uit een film. De accommodatie waar we overnachten is basic, maar het belangrijkste: er is een bed. Want na ruim 12 uur in de bus gezeten te hebben, kan ik je vertellen dat het heel goed voelt om eindelijk in een bed te liggen. Even rust.

Onze Robin aan het ploeteren, hijgen en zweten door de jungle.

OH MY! The day!

Na een vroege start krijgen we een briefing van ranger Okoth van het Uganda Wildlife Authority. Deze briefing is erg belangrijk want hier worden de ‘regels’ van de trekking genoemd. “Don’t wear any red clothes, it can make the gorilla’s angry” begint Okoth zijn verhaal. Ik kijk naast me waar mijn buurman, gekleed in een rood regenjack, met een strak gezicht voor zich uit kijkt. Zijn vingers frummelen wat aan zijn rits. Ja vriend, die mag zo uit.

Ook werd ons verteld dat het toegestaan is om een ‘grote boodschap’ te doen in het bos, mocht de nood hoog zijn… maar! Je moet er wel het nodige voor doen. Graaf een gat, squad, mik de grote boodschap in het gat en zorg er vervolgens voor dat je dit gat ook weer netjes dicht maakt. Waarom? Onze bacteriën kunnen heel makkelijk over gedragen worden aan gorilla’s. Want wist je dat gorilla’s 98% van hun DNA delen met mensen? Het is om die reden dat je bijvoorbeeld niet op gorillatrekking mag als je erg verkouden of ziek bent. En wist je dat wanneer je bij gorilla’s in de buurt bent, je vooral geen “oe-oe-ah-ah”-geluiden moet maken? Het kan namelijk zomaar zijn dat je iets heel gemeens zegt tegen de gorilla’s en je dus –onwetend- ruzie zoekt. Dat willen we niet.

Inmiddels helemaal up-to-date, beginnen we onze trekking. Met de ranger voorop, een bewaker met een geweer achter ons –het kan voorkomen dat je ineens een agressieve olifant voor je hebt staan- beginnen we onze tocht. Ik krijg een stok in mijn hand geduwd voor meer grip, want het is behoorlijk glibberig van de modder. Het eerste half uur gaat erg makkelijk, denk ik nog. Maar nog geen 10 minuten later trotseren we een flinke heuvel. Mijn hart begint aardig te kloppen en ik heb nu al spijt dat ik die paar sportlessen gemist heb. De ietwat grote Afrikaanse man sjokt achter de groep aan. De druppels op zijn voorhoofd zijn niet te tellen. Gelukkig, ik ben niet de enige die het moeilijk heeft.

Drol

“Follow my steps”, zegt ranger Okoth zachtjes. Het bos maakt plaats voor een dichte jungle. Ik merk dat ik, ondanks mijn slechte conditie, erg gelukkig word van deze prachtige natuur om mij heen. Het ruikt hier zo fris, naar échte natuur, naar alles behalve de stinkgassen die ik gewend ben van Kampala.

Ondertussen heeft Okoth via de walkie talkie gehoord waar de gorilla’s zich bevinden wederom begint de vegetatie te veranderen. De dichte jungle maakt plaats voor een soort bamboe-bos. Het ziet er heel magisch uit. “Watch out”, zegt een van mijn mede-trekkers iets te hard. Van schrik spring ik opzij. Ik zie een drol voor me liggen. Een mensendrol. Ik bedenk me wat de ranger bij de briefing gezegd heeft. Graaf een gat. Mik. En graaf dicht. Maar deze persoon heeft daar duidelijk niet naar geluisterd. Ik kijk verbaasd naar Okoth. “This is fresh gorilla dung”, zegt hij met een glimlach. “That means that they are close”. OH EM GEE. Ze zijn in de buurt!

De stap zit er goed in. Meneer Okoth maakt inmiddels de weg vrij voor ons door middel van zijn machete –anders komen we nooit door de dichte bamboe-jungle heen. Ook de heuvels beginnen zich langzaam te ontpoppen en worden ware bergen. Maar met deze adrenaline merk ik daar vrij weinig van.

Oog in oog

“Be quiet”, wordt er gefluisterd. Het is muisstil en het enige dat ik hoor zijn…… GORILLA’S!! Alsof ze net om de hoek staan, bij wijze van spreken dan. Nog geen 5 minuten later kan ik mijn ogen niet geloven. Een immens grote silverback, het dominante mannetje van de familie, zit heerlijk te kauwen op een stuk bamboe. Okoth verteld dat elke gorilla van deze familie een naam heeft. Deze silverback heet Mark en het vrouwtje dat vlak naast hem zit heet Nyiramwiza. Je kan zien dat zij een vrouwtje is, ze is duidelijk kleiner dan Mark. Ze kijkt ons aan. Het enige wat ik kan doen is verstijfd stil staan en kijken naar deze grote mensapen. Zo dichtbij! We staan op nog geen 9 meter afstand.

Okoth is een paar meter verderop gaan staan en beweegt met zijn armen dat wij die richting op moeten komen. “This is baby Suubi, she is two months old”, zegt Okoth. Ik probeer de kleine Suubi te spotten maar het enige wat ik zie is een grote rug van één van de gorilla’s. Totdat… er opeens een ini-mini gorilla met een vaart langs komt rennen. Ze is misschien zo groot als het hoofd van de zilverback gorilla. IK SMELT. Nog nooit zo’n lief klein zwart, harig bolletje gezien. Baby Suubi, wat ‘hoop’ in de lokale taal betekent, rent van de ene volwassene gorilla naar de ander. Ze is duidelijk enthousiast en wil maar al te graag spelen. Dit laat ze weten door het schattige getrommel op haar borst. Nog steeds sta ik stokstijf en probeer niet te bewegen zodat baby Suubi en haar familie gewoon lekker hun gang gaan. Ik zie 7 gorilla’s in de jungle hun eigen ding doen. De één is hevig aan het kauwen, de ander wordt gevlooid door een ander en weer anderen zitten gewoon een beetje voor zich uit te kijken. Het is zo bizar dat deze mensapen niks om ons geven. Ze kijken soms even om naar ons maar gaan dan vervolgens verder met hun eigen ritme wat vooral bestaat uit niks doen en eten. Het is een geweldig, bizar gevoel om dit van zo dichtbij, in het wild, mee te mogen maken.

“It is time to go”, zegt Okoth even later. Ik kijk hem verbaasd aan. Wat? Huh? Nu al? We zijn er net!? Totdat ik op mijn horloge kijk en zie dat we al ruim een uur bij de Nyakagezi-family zijn, terwijl je niet langer dan een uur met de gorilla’s mag doorbrengen. Met nog een korte lunch onderweg in de jungle, waarvan je zeker moet zijn dat je al het afval weer netjes meeneemt, is het weer tijd om naar de accommodatie te gaan. Mijn gorillatrekking zit erop.

Duur, maar worth it

Het waren drie supertoffe dagen, inclusief de reis. Het was een pittige tocht, en je moet er zeker wat voor over hebben. Maar zelfs de ietwat grote Afrikaan en ik hebben de gorilla’s gewoon kunnen zien. Het was letterlijk een adembenemende reis die ik voor geen silver(back) had willen missen. Het is een erg mooie manier om een stukje van het leven van de wilde gorilla’s te zien.

Om de gorilla’s te zien moet je wel even twee keer lief je portemonnee, paps of mams of je baas aankijken want het is helaas duur. Je betaalt 600 dollar voor een gorilla-permit, maar wat veel mensen niet weten is dat een groot deel van het bedrag naar de bescherming van de gorilla’s gaat. Wereldwijd hebben we nog maar zo’n 800 berggorilla’s over en dus is bescherming van groot belang. Stropers proberen helaas nog elke dag gorilla’s te vangen.

Houd in je achterhoofd dat 600 dollar de prijs is voor een permit. De reis, accommodatie, eten en wellicht fooi voor de ranger zitten hier dus niet bij inbegrepen. Goed om te weten is dat de permits voor de gorillatrekking per 1 juli 2020 stijgt naar 700 dollar, dus grijp vooral je kans en ga nog voor die tijd!  Maar hoeveel het ook mag kosten: het is een onvergetelijke, onbetaalbare ervaring!

Heb je vragen aan onze Afrika-experts?

Helemaal zin gekregen in een trip naar Oeganda? Check dan hier onze Uganda page en kijk wat voor vette andere dingen je kan beleven in de groene parel. Of vraag Charlie direct alles wat je weten wil. Voor nu een grote groet uit de bergen!  

Deze blogs vind je vast ook leuk: