Gewapend met een verrekijker en gelikte kaki safari outfit, stapten we het vliegtuig uit en zetten we voet op het Afrikaanse continent om in twee en een halve week Kenia te ontdekken. Het zou een veelzijdige reis worden, beekse bergen 2.0, adembenemende uitzichten, zwoegen, luie strandstoelen, malariapillen, Maasai, nijlpaarden binnen handbereik en mooie verhalen. Zo eentje die je toch niet snel vergeet.

De Tribal Trek – even helemaal de kwijt weg! 

Onderweg even de vrouw van onze gids afgezet  – “vlakbij” haar dorp naar eigen zeggen

De Tribal Trek en aansluitende motorsafari was toch wel het hoogtepunt van de reis. Drie dagen doorbrengen in de wilde, ruige natuur zonder internet en een warme douche is weer eens wat anders! We baanden ons een weg door de jungle en leerden van alles van onze Maasai gids over de omgeving en zijn cultuur en wisten op onze beurt ook de Maasai te verrassen met ‘vreemde’ gewoonten uit onze westerse wereld: “What?! You’re not allowed to have more than two wives?”.

Nadat we de jungle hadden uitgespeeld stonden motoren klaar om de tocht voort te zetten. Klein instructielesje en gas met die zooi, dwars door de savanne en vervolgens woestijn heen. Met de Maasai waande we ons al aan het einde van de wereld, maar onze motorvrienden wisten ons zowaar nog verder te doen verdwalen. De dichtstbijzijnde ATM was een uurtje of 6 rijden, dus dan maar een paar Tuskers op een lokaal kredietje.

De motortocht eindigde bij Lake Natron, een langgestrekt zoutmeer tussen Kenia en Tanzania. Bij de delta van een rivier die in het meer uitkwam zouden we overnachten, maar toch nog even een laatste heuvel beklommen want het uitzicht zou wel aardig zijn…

Sta je daar, uitkijkend op de jungle waar je de dagen daarvoor hebt rondgebanjerd en de woestijn waar je een uurtje geleden nog doorheen crosste. En dan de rivierdelta waar duizenden flamingo’s heen en weer deinsden en een horizon die in het meer verdween. Bizar, het meest memorabele moment van onze reis! (er werd een traantje weggepinkt – nienke uhu) 


Een menukaart!

Een ander hoogtepunt was onze aankomst in Diani, waar we onze trip afsloten. Dagenlang hadden we het ruige landschap van Kenia bereisd. We hadden de authentieke smaken van het Keniaanse eten geproefd (dierlijk vet, in een pannetje met aardappels en wat rijst), gekampeerd onder de sterren, stof gehapt, mooie mensen ontmoet en terug naar de basis.

Wanneer je dat doet worden sommigen dingen die ooit vanzelfsprekend waren, ineens heel bijzonder. Dat merkten we vlak na onze aankomst in Diani, aan de kust. Natuurlijk was het parelwitte strand en de blauwe, heldere zee super indrukwekkend. Maar misschien wel het meest fantastisch was toen we na een lange reis bij een leuk restaurant aan het strand neerploften. Daar kregen we een menukaart in onze handen gedrukt. Een menukaart! We konden gewoon KIEZEN wat we wilden eten! Grappig dat zo iets simpels, opeens zo’n indruk kan maken.


Maasai Mara love

We waren in de Maasai Mara: Kenia’s indrukwekkendste natuurreservaat, de Lion King, maar dan echt. We zouden hier in een gammel busje met zeven mensen voor drie dagen gaan rondtrekken. Verrekijker in de hand, camera in de aanslag, we waren er helemaal klaar voor! Het bleef echter niet bij het ontmoeten van bijzondere dieren…

Op dag twee vertrokken we uit het kamp, en stopten we bij een Maasai dorp om nog een koppel op te pikken. Tot onze grote verbazing kwam daar uit zo’n typisch poephutje, een jonge Maasai meid, misschien een jaar of 25, met een Spaanse man rond de dertig naar buiten gelopen. Jose had zijn z’n westerse leventje verruild voor een bestaan onder de Maasai!

Ze hadden elkaar ontmoet toen hij tijdens zijn reis in haar dorp was beland en waren nu een paar maanden al met elkaar. Gniffelend vertelde ze dat de bewoners van het dorp hem nog steeds allerlei toeristische meuk aan probeerden te smeren. De acceptatie door de stam was wel een dingetje, maar ach liefde… Ze streden samen voor de rechten van de vrouw onder het Maasai volk en zaten aandachtig te luisteren. Op die manier kregen we een kijkje in het échte leven van de Maasai en bleef het niet bij de oneliners van onze gids over ‘wildebeast, manymanymanymany, big migration’.

Wijze levenslessen: less can be more!

Toen wij door de bush ploeterde tijdens de Maasai Tribal trek, werden we begeleid door een jonge Maasai gids Dominic. Een slimme en goed engelssprekende jongen, die alles wist over de omgeving en de meest boeiende verhalen kon vertellen. Wat ons opviel was zijn eigen verhaal: hij had gestudeerd in Nairobi, de bruisende metropool waar hij dus ook een tijdje heeft gewoond. Hij had een appartement, een laptop, een televisie. Hij kreeg een baan aangeboden, nog goed betaald ook. Maar hij sloeg het af en trok terug naar zijn thuis: de Loita Hills. Hij ging weer in het dorp wonen, en toeristen zoals ons door de wilde natuur begeleiden. Af en toe ging hij dan weer terug naar Nairobi, en dan trok hij zijn ‘normale’ outfit aan in plaats van de karakteristieke, kleurrijke Maasai kleding. Maar altijd keerde hij zo snel mogelijk weer terug naar zijn dorp, hij had er niets mee met dat stadse leven.

Voor Dominic was het leven om natuur en familie te doen. Oja, en een gsm’tje om lekker te ouwehoeren met z’n maten, meer niet. Prima ervaring voor deze twee yupjes uit Amsterdam, en het gaf ook rust alleen bezig te zijn met je omgeving en geen gestress over werk, volgeboekte restaurants, tijd, bitcoins etc..;)

Deel dit:

Reacties