Het is tijd voor wat adem halen. Na de landing in Nairobi reisden we (echtgenoot Arno en ik plus onze dochters van 11 en 13) van hot naar her. Zo indrukwekkend: het landschap, de mensen, de dieren.. We reden over wegen vol gaten, fietsten door Hell’s Gate, zagen leeuwen, giraffen, aaiden een aap, kampeerden in een tentje, sliepen in een mudhut…

Nu gingen we op adem komen: drie nachten op dezelfde plek: Clarice House in Kisumu. Met wifi, heerlijke kamers en een fantastisch ontbijt op het terras. Wat een oase! Kisumu ligt aan het Lake Victoria, en natuurlijk maakten we hier een bootsafari!

“Wat doet die man nou?” “Mam, dat hoor je toch? Hij praat met de nijlpaarden!” Schipper Titus slaat nog eens op de zijkant van ons bootje en maakt een diep, laag geluid. Drie keer kort achter elkaar. Vijftig meter verderop steekt een nijlpaard nieuwsgierig z’n kop omhoog. Titus grijnst als wij schrikken. “Nijlpaarden in deze buurt zijn vriendelijk, er is hier voldoende ruimte en voedsel voor ze.” We varen verder, langs vissers, vrouwen die de was doen, spelende kinderen… Dit vaartochtje had van mij nog uren mogen duren maar de rest van de familie heeft honger. We keren terug naar ‘Hippo Point’. Een plek aan de rand van de stad, met prachtig uitzicht over een stuk Victoriameer. We hadden een toeristische omgeving verwacht. Tenslotte is Kisumu de derde stad van het land, staat deze Hippo Pointlocatie in alle boekjes, op kaarten én in google maps, en is er verder niet veel speciaal voor toeristen bedacht in de omgeving. Maar Hippo Point blijkt een hobbelig stukje land, prachtig gelegen, met twee sieradenverkopers, wat bootjes met schippers en een kraampje waar twee vrouwen chapati bakken en vis schoonmaken.