De plannen voor een reis naar (aanvankelijk alleen) Kenia zijn van Maud. Zij vroeg mij op een goede dag om dit samen met haar te doen. De reden daarvoor was ongetwijfeld het feit dat ik zo’n kleine 40 jaar eerder onderzoek had gedaan in Kenia waardoor verondersteld werd dat ik het land zeker goed zou kennen. In elk geval vond ik het vooruitzicht te reizen met mijn dochter heel aantrekkelijk; daarnaast was ik natuurlijk zeer benieuwd naar de hernieuwde kennismaking en naar de ontwikkeling die het land doorgemaakt zou hebben.

We besloten al snel ook Tanzania aan onze reisplannen toe te voegen. Ook naar dit land waren we nieuwsgierig en een verblijf van een paar laatste dagen op het heerlijke Zanzibar leek ons een heel aanlokkelijk vooruitzicht.

Voor een deel van de reis hebben we Charlie’s Travels ingeschakeld om voor ons een aantrekkelijk programma samen te stellen. Zo zou Kisumu (ik had er tenslotte onderzoek gedaan) en het aanpalende Victoriameer zeker onderdeel moeten zijn van de reis. Ook wilden wij absoluut naar het fantastische Masai Mara Wildpark.

Na ampele voorbereidingen en met een definitief reisschema van Charlie’s Travels op zak zijn wij op woensdag 16 januari op pad gegaan.

Amsterdam-Nairobi

Op woensdagavond komen we in Nairobi aan. Bij de douane gaat het voortvarend en al snel zijn we buiten waar Francis, een via een vriend die projectmatig nogal eens in Kenia komt gecharterde chauffeur, al op ons staat te wachten. Buiten is het drukkend warm. We worden direct overvallen door een tropische stortbui, die overigens net zo snel stopt als die is begonnen. Via een grotendeels verlaten autoweg rijden we nachtelijk Nairobi binnen. Ons hotel, het Bienvenue Delta Hotel aan de University Way, een typisch hotel voor zakenlui en handelsreizigers, ligt aan de rand van het zogenaamde Central Business District, waar het nu erg stil is.

We worden tot onze grote schrik ondergebracht in de “bezemkast” van het hotel. Op slechts een paar vierkante meter en met een bed van naar schatting niet meer dan 1,20 meter breed zullen we de komende nachten moeten doorbrengen. Gelukkig voor ons is ook de toegang tot de douche en het toilet defect, zodat wij snel verhuizen naar een grotere kamer, met in elk geval een veel breder bed.

Nairobi 1

Na een eerste onrustige nacht (muggen, muziek, verkoudheid Maud), gaan we na het ontbijt op pad. Het is prachtig weer en de stad lokt voor een verkenningstocht. We zwerven urenlang door de straten, waar het gonst van de activiteiten. Bij het fotograferen van een van de hoogste gebouwen van Nairobi worden we aangesproken door een man, die zegt dat fotograferen van dat gebouw niet geoorloofd is en ons vervolgens sommeert de foto te vernietigen, hetgeen ik met tegenzin doe.

Het lijkt wel of wij de enige blanken zijn in de stad, want wij worden vaak bekeken alsof we van een andere planeet komen. Ons valt verder op dat er helemaal niet wordt gerookt! Waren deze landen tot voor kort echte rokersholen, nu laten ze zien hoe een rookvrije en peukloze maatschappij er uit kan zien. Voor donker zoeken wij ons hotel weer op, want nachtelijk Nairobi is te onveilig.

Nairobi 2

Vandaag staat een bezoek aan Kibera op het programma. Kibera is de grootste sloppenwijk van Afrika, en in deze enorm uitgestrekte wijk in Nairobi wonen naar schatting 1 miljoen mensen. Ook in de (grote) steden van Kenia vindt stedelijke groei uitsluitend plaats in de zogenaamde “shanti towns”, beter bekend als slums of sloppenwijken. In deze wijken zijn van oudsher veel organisaties actief met projecten op het gebied van onder meer alfabetisering, scholing voor vrouwen, en gezondheidszorg. Wij zijn in de wijk op uitnodiging van een organisatie die zich met de schoonwatervoorziening in de wijk bezighoudt. Op eigen initiatief de wirwar van stegen en paadjes ingaan is niet aan te raden. Gedurende de uren dat wij er waren week iemand van de beveiliging daarom ook helemaal niet van onze zijde!

Wij lopen ’s middags weer door de straten van Nairobi, waar het een ware kakafonie is van geluiden. Ons valt op dat er veel kerkgenootschappen actief zijn. Je vindt de kerken en andere religieuze ontmoetingsruimten op nagenoeg elke staathoek of in elk willekeurig flatgebouw. De microfoon kwettert het grootste deel van de dag, en het “Halleluja” en “Jesus is good” schalt je tegemoet.

Zo vind je er de Presbyterian Church, de Zevende Dag Adventisten, de katholieke geloofsgemeenschap, de doopsgezinden, de hervormde kerk, enzovoorts. En natuurlijk zijn er ook nog de nodige moskeeën.

Als gevolg van de onveiligheid en het grote aantal berovingen, zijn winkels bijna allemaal beveiligd. Op grote schaal wordt gebruik gemaakt van zogenaamde “askari’s”, een uit het Arabisch stammend woord dat soldaat betekent, maar in het huidige Nairobi staat voor bewaker. Bij supermarkten kom je er zonder bodyscan niet in.

Bij de Universiteit van Nairobi stuiten we op een bordje “The University is a corruption free zone”. Hiermee wordt gerefereerd aan een van de grootste problemen van het land, de breed verbreide corruptie die reikt tot de haarvaten van de samenleving, en die niet op te lossen lijkt. Volgens officiële bronnen is het ook bij de overheid goed mis en er wordt geschat dat ongeveer een derde van de nationale begroting niet verantwoord is.

Nairobi-Kisumu

Na 3 nachten Nairobi staat vandaag de lange busreis naar Kisumu, gelegen aan het Victoriameer, op het programma. Om 8 uur worden we via een erbarmelijke toegangsweg, waar zelfs stapvoets rijden al een lastige opgave is, op het busstation afgezet. Het is een komen en gaan van bussen en busjes, met vooral veel druk gebarend personeel dat de mensen bijtijds in de juiste bus wil hebben. Rond kwart over 9 vertrekt onze bus.

Na een moeizame worsteling door het drukke verkeer van Nairobi rijden we richting Naivasha. Opvallend zijn de vele roadblocks, waar zwaar bewapende agenten de passerende auto’s controleren. Het zal ongetwijfeld samenhangen met de terroristische aanslag die de dag voor onze aankomst in Nairobia werd gepleegd. Volgens veel Kenianen zijn de roadblocks vooral bedoeld om het inkomen van de agenten te spekken.

Het is overigens verbazingwekkend dat dé hoofdweg van Kenia (de verbinding Mombasa-Nairobi-Kisumu) nog slechts 2-baans is, bijzonder druk en vaak heel slecht. Als je je als land wilt ontwikkelen is een goede infrastructuur het allerbelangrijkste. Zolang hierin niet wordt geïnvesteerd kom je echt niet vooruit.

We dalen af naar de Rift Valley, een enorme breuklijn die over een afstand van vele duizenden kilometers dwars door Oost-Afrika loopt. De natuur is indrukwekkend. Na Naivasha en het gelijknamige meer (vroeger bekend om de vele duizenden flamingo’s die er leefden), zien we langs de weg zebra’s en dromedarissen. Het landschap is droog. Het is nog geen regentijd; die wordt voorzien vanaf maart. Na uren bereiken we Nakuru, waar we een korte stop hebben voor toiletbezoek en koffie.

De bus worstelt zich langzaam door het landschap en we klimmen steeds hoger totdat we bij Mau Summit het hoogste punt hebben bereikt. Vanaf hier rijden we tot Kericho over een hoogvlakte, waar we uitgestrekte theeplantages zien. Na Kericho dalen we langzaam af naar het Victoriameer en eindelijk bereiken we na zo’n 8 uur Kisumu, de 3e stad van het land en hoofdstad van de westelijke provincie Nyanza.

In Kisumu heb ik lang geleden onderzoek gedaan en ik ben natuurlijk heel benieuwd of en hoe de stad zicht heeft ontwikkeld. Ons hotel ligt in het centrum van Kisumu, waar op het eerste gezicht nauwelijks iets veranderd lijkt.

Het is nog dezelfde slaperige provinciestad, waar je zelfs heel erg goed moet zoeken naar een restaurant. Op de Lonely Planet vertrouwen is niet aan te raden, want de door hen geadviseerde restaurants blijken niet meer te bestaan.

Ons hotel, The Scottish Tartan, is zeker niet onaardig, maar gelegen in het uitgaansgebied van de stad. Dat betekent 24 uur muziek, geschreeuw en gelach van mensen, en het geluid van brekend glas. Niet erg als je gezellig wilt stappen, maar minder handig als je behoefte hebt aan een paar uur slaap!

Kisumu

Vandaag hebben we de hele dag om de stad te verkennen. Het is prachtig weer en we besluiten eerst naar de Main Market te gaan, op korte afstand van het hotel. We lopen op de markt en nog meer dan in Nairobi hebben we het gevoel bezienswaardigheid te zijn, en bovendien niet echt gewenst.

We lopen verder door de stad en passeren de grote katholieke kerk van Kisumu, waar net een mis wordt opgedragen. We horen het gezang waaraan iedereen vol overgave meedoet. Het is binnen stampvol; de mensen die geen plaats hebben kunnen krijgen, volgen buiten de mis door de open deuren en ramen. We vervolgen onze weg door de stad. Het is zondag en dus betrekkelijk rustig. We lopen richting Victoriameer. Nog steeds eindigt de stad enkele honderden meters voor het meer en kun je nog slechts via een slechte onverharde weg enkele gammele bouwseltjes aan het meer bereiken, waar koffie wordt verkocht. Wij begrijpen niet dat een stad met het meer als zogenaamde “USP” hiervan niet meer maakt! Er zouden toch veel meer toeristen naar Kisumu komen als de waterkant zou zijn ontwikkeld. Denk daarbij aan een promenade, winkels, restaurants e.d.

In de middag komen we in het grote park van Kisumu, waar op vele sportveldjes een groot scholentoernooi aan de gang is. De kinderen nemen het tegen elkaar op in de sporten handbal, basketbal en hockey en juichen elkaar enthousiast toe. Wij brengen hier een aantal leuke uurtjes door.

Kisumu-Mfangano

De dag begint stralend. Strak blauw en dik 30 graden Celsius. We zijn vroeg op en na een snel ontbijt worden we al om 7 uur opgehaald voor de reis naar het eiland Mfangano in het Victoriameer. Om daar te komen moeten we nog een afstand van ongeveer 175 km afleggen naar Mbita, waar de “waterbus” ons overvaart. Bij aankomst in Mbita stortregent het. Boven het meer pakken donkere wolken zich samen, is de wind aangewakkerd, het water woelig en de temperatuur veel lager. Niet helemaal gerust nemen wij plaats in de waterbus, die er naar westerse maatstaven niet erg solide uitziet. Iedereen aan boord is voorzien van dikke trui en dito jas; wij zijn de enigen in T-shirt. Verschil moet er zijn:). Gelukkig klaart het weer onderweg op. Bij aankomst in Mfangano schijnt de zon alweer.

Wij worden van het haventje naar ons hotel gebracht. Er is maar één weg op het eiland. Die is – hoe kan het anders – onverhard, smal en vreselijk slecht. Bij aankomst in ons “resort” worden we naar een heel klein kamertje gedirigeerd, die direct door ons wordt geweigerd. Ons wordt meteen wat beters aangeboden, en tevreden over de afloop zitten we niet veel later aan een lekkere lunch voor ons huisje.

In de middag staat een mountainbiketocht op het programma. Die voert over de enige weg op het eiland langs kleine nederzettinkjes en boerderijtjes. De natuur is prachtig. Veel vogels en prachtige bomen en planten. Onderweg bezoeken we een waterfabriekje (vrouwen filteren en verpakken water, en verkopen dat met name op het vasteland) en een viskwekerij (tilapia). De tijd is jammer genoeg tekort om de volledige rondweg over het eiland te fietsen (44 km), zodat we na circa 15 km rechtsomkeer maken en terug fietsen naar het resort.

Mfangano-Takawiri-Mfangano

Vandaag gaan we naar een heel klein eilandje in de buurt om wat te luieren, te lezen en te zwemmen. Onze gids haalt ons op de afgesproken tijd op, om met een smalle vissersboot de oversteek te maken. Na een half uurtje zien we het prachtige strand van Takawiri. Daar worden we – voorzien van lunchpakket – bij een hotel afgezet en de rest van de dag zijn we daar de enige gasten en hebben we dus het volledige strand voor ons alleen. We liggen een aantal uren heerlijk op onze bedjes onder de majestueuze palmbomen en genieten van zon, water en rust. We zien dat het eiland een waar paradijs is voor allerlei soorten vogels. Vlak naast ons nemen Afrikaanse bruine kiekendieven (soms wel met 15 exemplaren tegelijk) een bad en liggen dan languit in het zand in het zonnetje op te drogen.

Rond vieren worden we weer opgehaald. De wind hebben we tegen en waait een stuk harder dan vanochtend, waardoor de boot flink moet ploegen en er bovendien regelmatig veel water over ons heen komt. Na 45 minuten staan we weer op de oever op Mfangano. Een mooie dag zit er op!

Mfangano-Lake Naivasha

We moeten weer vroeg op. Vandaag staat een lange rit naar Lake Naivasha op het programma. Wij worden opgehaald om de waterbus van 7.15 uur te halen. Robinson, onze gids, blijkt niet in de haven te zijn; de waterbus evenmin!

Robinson komt vervolgens doodgemoedereerd veel te laat en laat tussen neus en lippen weten dat de dienstregeling van de waterbus is aangepast en dat hij ons dat niet meer had kunnen mededelen. Na deze valse start vervolgen wij onze reis in Mbita pas om circa 9 uur. Onderweg schiet het niet op. Het is druk, de weg is slecht en we vorderen slechts langzaam. In Kericho stoppen we even voor een plaspauze en een kop koffie. We vervolgen de weg en via Nakuru bereiken we – inmiddels in de regen – pas tegen 17 uur Lake Naivasha. We verblijven op Camp Carnelleys en krijgen daar een mooie Lake Front Banda (een prachtig huisje in het groen) toegewezen. Na alle vermoeienissen te hebben afgespoeld gaan we lekker eten in een voornamelijk door Europeanen bevolkt resort. De prijzen zijn overigens ook “europees”. We maken ’s avonds kennis met onze contactpersoon Peter, met wie we voor morgenochtend een boottocht over Lake Naivasha afpreken.

Lake Naivasha-Mount Suswa

Weer prachtig weer! In alle vroegte gaan we met gids John het meer op. Lake Naivasha blijkt een waar vogelparadijs. We zien tientallen soorten. Kleine en grote in alle kleuren en maten. We komen vlakbij 3 populaties nijlpaarden. Ze zien er onschuldig uit, maar ze zijn de dodelijkste dieren van het continent. We blijven dan ook op gepaste afstand en zijn altijd waakzaam als een ondergedoken exemplaar net iets te lang onder water blijft.

Op de wal zien we grazende giraffen, net als waterbuffels. In een kleine inham zwemmen pelikanen, en in bijna elke boomkruin zitten vogels op wacht, waaronder ook visarenden.

Na ruim 2 uur op het water zijn we weer terug in het kamp, waar we eerst ontbijten en om 11 uur afreizen naar Suswa, voor ons volgende avontuur. We worden in het plaatselijke hotel van Suswa afgezet, waar we onze bagage achterlaten en alleen het hoogstnoodzakelijke meenemen voor een verblijf bij een Masai-familie in de enorme vlakte bij Suswa Mountain en de gelijknamige krater. Om daar te komen moeten we eerst achter op een crossmotor (!) over een bergkam, om dan af te dalen naar de nederzetting in de vlakte. Rueben (onze gastheer) en zijn broer nemen ons achterop, en stuiven de grote weg op om na een paar kilometer “offroad” te gaan richting bergen.

De fantastische rit over smalle bergpaadjes – af en toe moeten we uitwijken voor overstekende geiten en hun Masai-herder – duurt ongeveer 45 minuten en de Masai-mannen blijken op hun motoren waren duivelskunstenaars. We komen in de kurkdroge en bloedhete vlakte aan bij enkele verspreid gelegen huisjes, waar we kennis maken met de rest van het gezin en met alle kinderen uit het dorp. Gastvrouw Hilda (jong en moeder van 2 kleine kinderen) wijst ons onze hut, waarvan de muren zijn vervaardigd van klei met koemest. Ons wordt duidelijk dat hier niet alleen geen elektriciteit is, maar ook geen sanitaire voorzieningen. Toiletbezoek moet dus duidelijk achter een van de hutten of in de aanpalende vlakte (oppassen ’s nachts voor de wilde dieren!) plaatsvinden.

We genieten van de weidsheid, de stilte en het kurkdroge landschap. Niet ver van de huisjes zien we Thomsongazellen grazen. Met de gastvrouw maken we een wandeling bergop naar de gigantische krater die miljoenen jaren geleden is ontstaan. Vol respect kijken we in de diepte waar het moet wemelen van de wilde dieren. Later in de middag bezoeken wij een wasplaats, waar uit de bodem afkomstige hele lucht via een ingenieus systeem wordt opgevangen en als warm water beschikbaar komt.

De gastheer komt inmiddels weer thuis van de markt, waar een mooi lam op de kop is getikt, en die is bedoeld als ons avondeten. Op afroep komt de plaatselijke slager die het angstige dier meeneemt naar de slachtplaats (lees; 50 meter verderop de vlakte) en het met één lange haal van zijn vlijmscherpe mes de keel doorsnijdt. Snel en routineus wordt het dode dier van huid en ingewanden ontdaan en niet lang daarna worden de stukken vlees gebarbecued. Wij krijgen als gast de mooiste en grootste stukken aangeboden. Het smaakt heerlijk!

Terug in de hut bij onze gastheer en zijn vrouw eten we nogmaals gebraden lam, met pittige spinazie en ugali (het traditionele gerecht van Kenia gemaakt van maïsmeelbrij). Het smaakt wederom voortreffelijk. Voldaan en behoorlijk volgegeten zoeken wij bijtijds in het pikkedonker onze hut weer op. De sterrenhemel boven ons hoofd is sprookjesachtig mooi.

Suswa-Masai Mara

Na een koude nacht onder een harde wollen deken bij de Masai (de wind blies op orkaankracht door de vallei en ook door de hutten), werden we weer vroeg achterop de motoren teruggebracht naar Suswa.

Daar worden we in de loop van de ochtend opgehaald door een busje, waarin reeds 6 andere gasten (ons reisgezelschap voor de komende 3 dagen) zitten. Gezamenlijk rijden we vervolgens richting Masai Mara. Na een prima lunch in Narok, vervolgen we onze weg. De grote toegangsweg naar Masai Mara (vanuit Nairobi is dit eigenlijk de enige weg!) is wederom van een buitengewoon slechte kwaliteit.

Een hoger gemiddelde van 25 kilometer per uur is op dit soort wegen nauwelijks te halen, hetgeen betekent dat je heel wat uren onderweg bent, terwijl niet echt veel kilometers worden afgelegd.

Rond 16 uur arriveren we in Lenchada, onze verblijfplaats net buiten de poort van Masai Mara. Na het wijzen van onze kamers (een zogenaamde self contained tent) en wat informatie over het kamp bij koffie/thee, maken we onze eerste gamedrive. Bij de grote toegangspoort, waar onze paspoorten worden gecontroleerd, staan 10-tallen Masai-vrouwen hun producten te verkopen. In het park is het direct raak. Een leeuwin ligt in de greppel en even verderop stuiten we op 2 cheetah’s. Daarna is het volop genieten van het prachtige landschap en de vele dieren die we onderweg zien. Als het bijna begint te schemeren rijden we weer terug naar Lenchada.

Het kamp beschikt over een grote generator en dat betekent dat maar een heel beperkt aantal uren elektriciteit beschikbaar is, en dat alleen in het restaurant. Gelukkig zijn er wel voldoende oplaadpunten voor alle apparatuur van alle gasten.

Masai Mara

Vandaag staat niets anders dan Masai Mara op het programma. Al vroeg rijden we richting toegangspoort. We zitten met een busje waarvan het dak omhoog kan. Alle acht de inzittenden willen natuurlijk niets van het schouwspel missen en verdringen elkaar bij het zoeken van de juiste positie voor het spotten van wild en het maken van de foto’s! We hebben uiteindelijk een fantastische dag! Zo veel wild! Daarnaast is ook het landschap fenomenaal. De zogenaamde “Big Five” zit er helaas niet is. We missen daarvoor nog de neushoorn. Die is nog maar zeer beperkt aanwezig in Afrika, en dat geldt ook voor Masai Mara.

Om 17 uur rijden we weer terug naar Lenchada. Na een lekker diner, gaan wij daarna vroeg naar bed.

Masai Mara- Nairobi

Na een vroeg ontbijt bezoeken we nog een Masai-dorp. We worden ontvangen door de zoon van de Chief en zijn gevolg. Hij laat ons weten dat we welkom zijn in het dorp, maar daarvoor wel allemaal Ksh. 1000, — (circa € 8,75) p.p. moeten betalen. Dat bedrag komt naar zijn zeggen ten goede aan de basisschool, een voorziening die zij nog niet lang hebben en waardoor nu ieder kind onderwijs kan volgen.

Van oudsher zijn Masai nomaden en zijn verblijfplaatsen altijd van tijdelijke aard. Nu bouwen zij steeds meer dorpen met andere vaste voorzieningen zoals een school, een centrum voor gezondheidszorg, winkels e.d. Het blijkt dat een dergelijk dorp slechts zo’n 10 jaar kan bestaan. Dan is het totaal onbewoonbaar door de schade door termieten. Het dorp wordt verlaten en in de directe nabijheid wordt dan weer een nieuw dorp gebouwd.

Wij maken kennis met Masai-dansen (waar de mannen in ons gezelschap tenslotte ook aan moeten deelnemen), we zien hoe op primitieve wijze vuur wordt gemaakt, en brengen ook een bezoek aan een typische Masai-woning. Jammer genoeg mondt dit bezoek aan het Masai-dorp weer uit op een ouderwetse verkoopshow, waarbij men ons op redelijk agressieve wijze de zelfgemaakte sieraden en doeken aan de man probeert te brengen.

Om 9 uur vertrekken we weer richting Nairobi. John, onze chauffeur, kiest voor een kortere route, dwars door Masai-gebied, dicht langs de Tanzaniaanse grens.

Om de paar kilometer hebben de Masai een wegversperring aangebracht, die pas verwijderd wordt als er tol wordt betaald. Dit is pas een staaltje van creatief belasting innen!!

De weg is erbarmelijk, maar blijkt wel een stuk korter dan de route die op de heenweg wordt gekozen. Narok passeren we al snel en na een lunch kort voor het verlaten van de Rift Valley, bereiken we rond 15 uur Nairobi. John zet ons keurig voor ons hotel (Bienvenue Delta Hotel; University Way) af.

We trakteren ons zelf op lekkere koffie bij de gezelligste chilltent van de stad: CJ’s (je kunt er trouwen ook prima eten), in de Koinange Street.

Nairobi-Arusha

Vandaag gaan we met de bus van Nairobi naar Arusha. We boeken de “snelbus” en betalen daarvoor een substantieel hoger bedrag dan voor de publieke bus waarmee we naar Kisumu waren gereisd. Om half acht wordt het vertreksein gegeven. Voordat we echter definitief op de grote weg naar Arusha zitten, worden eerst nog andere opstapplaatsen aangedaan. De snelbus lijkt daardoor toch wel een beetje van zijn snelheid te worden ontdaan. Maar ja, dit is Afrika, en dingen gaan zoals ze gaan en dat is vaak anders dan in Europa……

De weg is goed en eenmaal op weg vorderen we voorspoedig. De Tanzaniaanse grens komt in zicht. Dan krijgen we weer de cabaretachtige voorstellingen van grenspassages in derdewereldlanden. Voor wie het nog nooit heeft meegemaakt: invullen van eindeloze reeks formulieren (waar met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid nooit iets mee wordt gedaan), bagage door de scan, foto’s maken (die waren eerder ook al gemaakt, en bovendien staat jouw foto op het visum in je paspoort), vingerafdrukken nemen (dat was ook al eerder gedaan), bagage nog een keer door de scan (als je vraagt waarom, aangezien je dat 10 minuten daarvoor ook al hebt gedaan, wordt geen antwoord gegeven), als je pech hebt nog een formulier invullen etc.. En als je allemaal hebt doorstaan, mag je het ene land uit, en het andere in.

Na een straf uurtje aan de grens zijn we in Tanzania en op weg naar Arusha. De weg blijft verbluffend goed. De huizen zijn zichtbaar ook van betere kwaliteit. Dorpjes die we passeren maken een opgeruimde en verzorgde indruk. Eenmaal in Arusha, blijkt het toch veel op de Keniaanse steden te lijken: veel schamele optrekjes van hout met golfplaten daken.

Net als in Kenia heeft de overheid van Tanzania lang geleden besloten om een concentratie van mensen in de steden te voorkomen en de eigen voedselproductie veilig te stellen door ook voorzieningen op het platteland te creëren. Echt geholpen heeft het hier ook niet, want de steden (en dat geldt ook voor Arusha) groeien explosief en er zijn dagelijks vele tientallen nieuwkomers te verwelkomen, die helaas voor het overgrote deel veroordeeld zijn tot huisvesting in de slums.

De buschauffeur zet ons keurig af bij ons hotel (Tulia Hotel). Dat is een prima hotel net buiten het drukke centrum van Arusha. Na eerst een uurtje aan het zwembad (ja, deze luxe permitteren wij ons vanmiddag) gaan wij richting Arusha-centrum. Het is er druk, op de markten heerst een bedrijvigheid van jewelste. Echt mooi zijn Afrikaanse steden natuurlijk niet. Ze zijn vooral interessant, door de levendigheid, de bedrijvigheid, en het kleurrijke karakter ervan. Je moet Afrikaanse steden vooral zelf zien, horen, ruiken en qua temperatuur ervaren.

Arusha-Zanzibar

Na ontbijt en uurtje aan het zwembad wordt uitgecheckt. We gaan met de taxi naar het vliegveld van Arusha voor een vlucht naar Zanzibar. Op het vliegveld staan uitsluitend kleine vliegtuigjes, waarmee de binnenlandse vluchten worden uitgevoerd. Ofschoon ons wordt verteld dat er vertraging is, wordt toch zelfs iets eerder dan gepland vertrokken. We nemen met 10 passagiers plaats in een Cessna 208 Caravan, en laten Arusha achter ons. We vliegen over het verlaten Tanzaniaanse landschap. Aangezien ik direct achter de piloten zit, heb ik een prima blik op de meters. Het blijkt dat we vliegen op een hoogte van 9.000 voet, met een kruissnelheid van 165 mijl per uur. Aan onze linkerhand vangen we nog een glimp op van de besneeuwde top van de Kilimandjaro, Afrika’s hoogste berg. Na 1,5 uur landen we op Zanzibar, waar het nog wat warmer én vochtiger is dan in Arusha.

We gaan met de taxi naar ons hotel in Stone Town. We verblijven in het mooie Spice Palace Hotel midden in de oude stad. Vanwege de smalle stegen kun je er met de auto helemaal niet komen. We maken in de namiddag een mooie wandeling door de stad, en zien op het terras van het Travellers Cafe een prachtige zonsondergang.

Terug in het hotel wordt lekker gegeten. Eenmaal in bed schrikken we van het lawaai van de afzuiging van de keuken, die pal onder ons raam blijkt te liggen. Na reclamering krijgen we voor de nacht een ander bed toegewezen.

Stone Town Zanzibar-Paje

Stone Town / Zanzibar Stad. Het oude Stone Town is buitengewoon interessant. Smalle stegen, overal kleine winkeltjes, historische panden en een interessante bevolking. Alles wat je hier ziet is geschiedenis. Het is dé plek waar Zwart Afrika de Arabische wereld ontmoet. Het ademt de sfeer van de Orient. Naast vrouwen in nikab, wordt bier gedronken, naast de moskee staat de katholieke kathedraal.

We wandelen door de oude haven, langs de main market, en ontdekken het oude woonhuis van Tibbu Tib, alias Hamed bin Muhammed bin Juma Rajab el Murjebi, de beruchte slavenhandelaar, ivoorsmokkelaar, plantage-eigenaar maar ook gouverneur van Zanzibar in de negentiende eeuw.

Halverwege de dag worden we naar ons laatste hotel gebracht, Hotel Mahali in Paje. We rijden dwars over het eiland in zuidoostelijke richting. Het landschap is bounty-achtig met torenhoge kokospalmen. Ons verblijf in Paje is dat overigens ook, en we verheugen ons bij aankomst al op een paar rustige dagen aan zwembad en strand. Veel ondernemen we in de dagen hierna ook niet. We beperken ons tot korte wandelingetjes over strand en door de directe achter het strand gelegen dorpjes, en het lezen van een boek, zodat we al heel snel worden geconfronteerd met het moment van vertrek naar huis. Het is een prachtige reis geweest!

Deel dit:

Reacties