Kenia, theeproducent met een koloniaal verleden

Wist je dat Kenia de op twee na grootste theeproducent ter wereld is? De eerste theevelden werden in 1903 aangelegd door de gebroeders Caine in Limuru. Dat is precies de plek waar Charlie’s Angels Menno en Wieke wonen: op een honderd jaar oude tea farm. Wieke onderzoekt de dubieuze, koloniale geschiedenis van de farms en vraagt zich af: woont ze niet nog steeds op een koloniale plantage?

Een ander Kenia

Het landschap is hier groener dan Kermit de Kikker. Wie van Nairobi de auto neemt en hier uitstapt, wordt omsloten door koelte en een vochtige, bedompte geur: zo ruikt thee. We huren hier een huis van onze vriendelijke, Keniaans-Engelse landeigenaren. Ik geniet van de lange wandelingen die ik maak met deze oude witte dame, haar twee honden en mijn onder de theeplukkers inmiddels beroemde ‘Baby Mzungu‘. Tijdens één van onze wandelingen vertelt ze me verhalen over een ander Kenia. Een koloniaal Kenia, waar witte kinderen met aparte treinstellen naar hun kostscholen werden gebracht. Dat is het Kenia waar zij in op is gegroeid. Sinds die tijd is er een hoop veranderd. Of valt dat wel mee?

Wanneer ik met de Uber naar het huis annex theeplantage rijd, zegt mijn chauffeur spottend dat ik in een koloniaal dorp woon. Het irriteert me dat hij dit zegt. En toch is het zo – hij heeft gelijk. Er zijn meerdere ‘dorpjes’ bij de theefabriek, waar de Kenianen leven. En je hebt onze compound, waar de Mzungus wonen in mooie, warme cottages. Hier koken de Kenianen in onze keukens, verschonen ze onze kinderen en verbranden ze onze vuilnis.

De Keniaan die hier op het land, net buiten de compound werkt is dagloner en plukt thee. Zonder deze dagarbeiders zouden jij en ik ons dagelijkse bakje thee niet zo gemakkelijk kunnen drinken. Het is mooi werk, voor een fotograaf althans. Want theeplukkers werken hard en krijgen slecht betaald. Ze werken zo’n 6 uur per dag en plukken in die tijd zo’n 12 kilo thee. Daar krijgen ze 9 Keniaanse Shilling voor, per kilo. Dat komt dus neer op 108 KSH per dag. Dat is 1 dollar per dag. Niet bepaald ‘fair trade’.

Bij mij rijst de vraag hoe het kan, dat er 12 kilo thee geplukt wordt en ik voor een pakje thee ongeveer een euro betaal. Waarom kunnen de mensen die ik zo aardig vind, de mensen met wie ik graag ommetjes maak, de dagloners niet wat meer betalen? Ik hoor bij de toean, ben geboren, weliswaar in Amsterdam, aan de betere kant. Die kant waar ik geboren ben is de kant waar je thee voor 1 dollar kan kopen en niet die waar je een dag voor 1 dollar moet werken.

Het is mijn white guilt dat me laat voelen hoe moeilijk deze tegenstelling is. Deze welvaartspositie is uit koloniaal stelen voortgekomen. Dat wat ‘wij Nederlanders’ deden toen al die koloniën – Afrika, Azië en Amerika- nog bij ons hoorden. Dat stelen heeft ons de mogelijkheid gegeven ons honderden jaren in welvaart te ontwikkelen. Er was geld en ruimte om een democratisch systeem te bouwen.

Het stelen uit deze oude, koloniale tijd is halverwege de vorige eeuw ingewisseld voor Amerikaans imperialisme. Dit systeem legt andere landen democratie op maar zorgt er tegelijkertijd voor dat de ongelijkheid blijft bestaan, en zelfs groter wordt. Het einde van het kolonialisme is een illusie, als ik zo naar de positie van de theepluksters en mijn pakje thee kijk.

Ik heb nogal ongemakkelijke gevoelens bij dat ‘moderne kolonialisme’. Ik kom er achter dat ik deels lijd aan het empire syndrome: “Het verblindende effect dat optreedt als je te lang deel uitmaakt van de veilige cocon van het centrum van de wereldmacht. Nederlanders, als onderdeel van het welvarende Westen, zijn gaan geloven dat we de goedheid zelve zijn.” (Trouw 2 mei 2018, Marjolein van Pagee).
Zolang ik naar het acht-uur journaal kijk met mijn theetje, op mijn comfortabele leren sofa in Holland, vergeet ik snel hoe ver de invloed van die prettige levensstijl reikt; namelijk tot in een theeveld ergens hoog in Oost-Afrika. De schrik slaat me om het hart als ik daar plots naast woon.

Onze samenwerking met lokale partners

Wij van Charlie’s kunnen niet anders dan erkennen dat deze ongelijkheid en dit verleden er is. Het mag verdrietig stemmen en tot nadenken aanzetten, als je in deze prachtige omgeving vol met markers en relieken uit de koloniale geschiedenis rondloopt. Maar ook willen we een langdurige samenwerking aangaan met lokale partners.

Op dit moment is Simone hier onderzoek naar aan het doen. Hoe duurzaam en eerlijk is Charlie’s Travels eigenlijk? Haar verslag zal over een maand te lezen zijn. Voor nu kunnen we vast melden dat onze gidsen, chauffeurs en koks een eerlijk, lokaal salaris krijgen, waardoor we perspectief voor de nu nog vaak onzekere toekomst hopen te bieden.

Oordeel zelf en kom een keer een kijkje met je familie nemen in de groene thee-oase van Limuru, bij ons op de boerderij. Hier proef je de oude en de nieuwe tijd in een authentiek drankje en geef je je kinderen een idee over de lange weg die thee aflegt en wie daar allemaal bij komt kijken. Zie je dat zitten? Laat dan hier een berichtje achter of kijk wat er verder allemaal te doen is in Kenia!

Heb je vragen aan onze Afrika-experts?

Deze blogs vind je vast ook leuk: